|
Zet nooit zomaar 2 chinchilla's die elkaar niet
kennen bij elkaar. Dit resulteert bijna altijd in vechten, soms
zelfs tot de dood er op volgt. U moet de chins eerst aan
elkaar laten wennen via een koppelproces. De enige uitzondering hierop zijn kleine
babychins: zij worden meestal zonder problemen aanvaard door de
volwassen chins. Blijf er wel eventjes bij om zeker
eventueel te kunnen ingrijpen moest het toch niet lukken.
Een vuistregel bij het koppelen is dat de chin
die begint met vechten gestraft moet worden, ook al is dat de chin
die u al het langste heeft. Vechten gebeurt vaak als een
kettingreactie: wanneer 1 chin begint met ruzie te maken zullen de
andere chins hierop reageren en binnen de kortste keren ontstaat er
één grote vechtpartij: de chins zitten elkaar continu achterna en
bijten elkaar waar ze kunnen. Om de rust te doen wederkeren moet de
aanstoker van de ruzie gestraft worden: blijf dus steeds bij de kooi
zodat u kunt zien wie begint.
Grijp tijdig in wanneer de chins vechten, maar
haal ze ook niet té vroeg uit elkaar. Protestgeluidjes, een
urinespray in elkaars gezicht, elkaar een keertje wegjagen van een
plankje of zelfs een pluk haar uittrekken kan allemaal geen kwaad.
Ziet u echter dat de chins elkaar continu achterna zitten of elkaar
fysiek te lijf gaan en echt hard bijten, dan moet u ze uiteraard
onmiddellijk uit elkaar halen.
De meest eenvoudige manier van koppelen is
wanneer u één chinchilla bij een andere chinchilla wenst te
plaatsen. Soms komt het ook voor dat u 1 chinchilla aan een groepje
wenst te koppelen. De methodes die hieronder zullen besproken
worden, gelden voor beide situaties.
U kunt 2 traliekooien tegen elkaar zetten om de
chins zo aan elkaar te laten wennen. Op deze manier kunnen ze elkaar
zien en ruiken. Let er wel op dat ze elkaar niet kunnen bijten door
de tralies heen. Als u ziet de chinchilla's zich niet meer vijandig
gedragen tov elkaar, kan u ze eens samenzetten. Blijf er wel bij om
eventueel tijdig in te grijpen moest er gevochten worden. De
ruziemaker moet dan als straf in de kleinste kooi geplaatst worden.
Als het niet wil lukken, kunt u een andere methode proberen.
U kunt een heel klein wenkooitje in uw gewone
kooi plaatsen. In het wenkooitje plaatst u de chins die u al het
langste heeft. De nieuwe chin mag vrij rondlopen in de normale kooi:
zo krijgt de nieuweling de kans om de kooi te verkennen en hebben de
andere chins ook minder het idee dat zij het alleenrecht hebben op
de kooi. Regelmatig kunt u proberen om de chins bij elkaar los te
laten in de grote kooi. Indien ze beginnen te vechten, plaatst u
onmiddellijk de aanstoker van de ruzie in het wenkooitje als straf.
Zorg er wel voor dat de chin in het wenkooitje niet kan bijten aan
de pootjes van een andere chin die bovenop het wenkooitje zou kunnen
gaan zitten.
In plaats van ze samen te zetten in de kooi of
laat loslopen in een neutrale ruimte kan u proberen om ze eens samen
te zetten in een heel klein kooitje of transportbox. In een kleinere
ruimte zullen chins over het algemeen minder snel beginnen vechten. Het is
echter geen garantie dat het in de grote kooi dan ook goed zal gaan.
U kunt pas spreken van een geslaagde koppeling
als de chins tegen elkaar zitten te slapen, en dit ook 's avonds.
Chins die overdag vriendjes lijken, kunnen 's avonds als ze minder
slaperig zijn alsnog gaan vechten. U kunt de chins 's nachts pas met
een gerust hart samen laten indien u zeker bent dat ze ook als ze
goed wakker zijn niet gaan vechten.
Eénmaal gekoppeld zijn chins meestal vriendjes
voor het leven.
|