|
Chinchilla's zijn nestvlieders: dit wil zeggen
dat de kleintjes kant en klaar geboren worden. Ze zijn volledig
behaard, de oogjes zijn open en ze zullen onmiddellijk beginnen met
de kooi te verkennen. De kleintjes zijn heel actief, ook overdag en
zijn al vrij sterk. Ze kunnen vrijwel direct springen, klimmen en
snel lopen.
Babychins maken vaker en luidere piepgeluidjes
dan volwassen chins. Er zijn bepaalde geluidjes die typisch zijn
voor baby's zoals het zachtjes zingen als ze drinken of tevreden
onder hun mama liggen, of het luide gepiep dat ze maken als de
moeder hen op de rug leggen om hen onderaan proper te maken. De
moeder maakt ook een specifiek zacht knorrend geluid om haar babies
bij zich te roepen of om hen te kalmeren.
Ze hebben nog geen besef van hoogte of afstand.
Ze kunnen echter al van dag 1 zonder angst vertikaal omhoog klimmen
via de tralies van de kooi tot op gevaarlijke hoogtes. Zonder
nadenken zullen ze ook van een hoog plankje of van de tafel af
lopen. Pas dus zeker op met de kleine chins dat ze zichzelf niet in
gevaar brengen en pas eventueel uw kooi aan vóór de komst van de
kleintjes. (zie ook hoofdstuk Huisvesting)
Een kleine ruzie tussen de kleintjes kan al eens
voorvallen, maar zeker de eerste weken vechten de kleintjes blind:
éénmaal ze aan het vechten zijn, vallen ze ongeveer alles aan wat
beweegt, ook mensenvingers kunnen het al eens ontgelden. De
kleintjes laten ook niet zo snel los. Niet alleen tegen de andere
babies maar ook tegen hun ouders kunnen de kleintjes soms frank
reageren. Ze kennen geen angst en durven zelfs hun eigen moeder aan
te vallen. Het is soms erg grappig om te zien hoe een babytje van 50
gram een volwassen chin van 500 gram durft aan te vallen. Dergelijke
aanvallen zijn meestal vooral vertoon maar zonder nare gevolgen.
Het grootste gedeelte van de tijd liggen deze kleine monstertjes
echter ofwel onder hun moeder, ofwel huppelen ze vrolijk in de kooi.
De eerste keer dat babychins in het zandbadje
kruipen weten ze meestal niet wat te doen. Ze leren het echter snel
van hun ouders en zullen al gauw enthousiast beginnen te graven in
het zand. In een later stadium zullen ze voor de eerste keer rollen.
Bij het ene kleintje gaat dit al wat sneller dan bij het andere.
Babychins drinken uiteraard melk bij hun moeder,
maar vrij snel zullen ze ook op het hooi beginnen te knabbelen.

Kaia hooi aan het eten
Wat
later zullen ze ook pellets eten en zullen ze de waterfles
ontdekken.

Melo bij de drinkfles
De babies blijven zolang ze kunnen melk drinken bij hun
moeder. Ze mogen gespeend worden ten vroegste op de leeftijd van
8-10 weken.
Om inteelt te voorkomen moeten de kleintjes wel ten laatste op een
leeftijd van 3,5 maanden bij de ouders weggehaald worden.
Het is heel leuk om de kleine wollebolletjes te
zien opgroeien. Telkens opnieuw zullen ze u verrassen met hun
fratsen en capriolen! Voor foto's van opgroeiende
babychins, zie hoofdstuk Onze Nestjes
en Babychins. |